| < | Symbool dat kleiner dan aangeeft. |
| > | Symbool dat groter dan aangeeft. |
| ≤ | Symbool dat kleiner dan of gelijk aan aangeeft. |
| Aansluiting | De plek waar een gasleiding met een gebouw verbindt. |
| Aansprakelijkheid | Verantwoordelijk zijn voor schade of gevolgen van acties. |
| Aanvaardbaar | Goed genoeg om geaccepteerd te worden. |
| Aanwijzing | Een officiële opdracht voor iemand in de organisatie. |
| Aanwijzing | Een officiële opdracht voor iemand in de organisatie: Assistent, VOP, VP, AVP, WV, IV, OIV |
| Aanwijzingen | Geschreven opdracht voor werk in een bedrijf. |
| Aardgas | Gas dat uit de grond komt en wordt gebruikt voor verwarming en koken. |
| Aardgas | Een soort natuurlijk gas dat gebruikt wordt om te koken of te verwarmen. |
| Aardgas | Soort gas dat uit de grond komt en gebruikt wordt voor verwarming en koken. |
| Activiteiten | Taken die medewerkers uitvoeren. |
| Afkoppelen | Iets losmaken van een systeem of verbinding. |
| Afkorting | Korte vorm van langer woord of zinsdeel. |
| Afsluiter | Een apparaat dat gas of vloeistof kan stoppen. |
| Afsluitmiddel | Een tijdelijk apparaat om een gasleiding af te sluiten. |
| Afvalbeheer | Het veilig en goed omgaan met afval. |
| Afvoer | Het weghalen van ongewenst materiaal. |
| Asbest | Een gevaarlijk materiaal dat vroeger in gebouwen werd gebruikt. |
| Audit | Een controle van regels en systemen. |
| AVP | Een medewerker met extra kennis en verantwoordelijkheden. |
| Bandenklasse | De groep en kwaliteit van banden voor voertuigen. |
| Bar | Eenheid voor druk, gelijk aan 100.000 Pascal. |
| Baten | Voordelen van een actie of investering. |
| BD | Iemand die bedieningshandelingen coördineert. |
| Bediening | Het regelen of controleren van een apparaat. |
| Bedrijfseigen | Kenmerken of praktijken die specifiek zijn voor een bepaald bedrijf. |
| Bedrijfsprocedures | Stappen die een bedrijf volgt voor bepaalde taken. |
| Bedrijfsspecifieke zaken | Specifieke regels voor een bedrijf. |
| Bedrijfsvoering | Het organiseren en beheren van een bedrijf. |
| Bedrijfsvoering | Hoe een bedrijf dingen organiseert en regelt. |
| Bedrijfsvoering | Manier waarop bedrijf of organisatie wordt geleid. |
| Begrip | Woord of idee dat iets betekent. |
| Beheer | Zorgen voor iets en het goed organiseren. |
| Beoordeling | Het beoordelen of iets aan eisen voldoet. |
| Beoordelingskaders | Regels om prestaties te meten. |
| Beproeving | Een test om te zien of iets goed werkt. |
| Beproevingen | Tests om te kijken of systemen goed werken. |
| Bereikbaarheid | Hoe toegankelijk een plek is voor mensen. |
| Bestaand | Iets dat al bestaat of er al is. |
| Betrokkenheid | Actief deelnemen of interesse tonen in iets. |
| Beveiliging | Maatregelen ter bescherming. |
| Bewaking | Het toezicht houden om te zorgen dat alles veilig is. |
| Bewakingsapparatuur | Apparaten zoals camera's voor veiligheid. |
| Bijvoorbeeld | Gebruik je als je een voorbeeld wilt geven van iets. |
| Bijzonder | Speciaal of anders dan normaal. |
| Blokkeringsmiddel | Een maatregel om te voorkomen dat afsluiters per ongeluk open gaan. |
| Calamiteit | Een onverwachte gebeurtenis die gevaarlijk is. |
| Capaciteit | Hoeveelheid werk een systeem of persoon kan doen. |
| Certificaat | Een document dat laat zien dat iemand bevoegd is voor taken. |
| Coderen | Het vastleggen van gegevens in een begrijpelijke manier. |
| Communicatie | Het uitwisselen van informatie tussen mensen. |
| Communicatielijnen | Manieren waarop informatie wordt gedeeld in de organisatie. |
| Communiceren | Praten of berichten uitwisselen met anderen. |
| Complicaties | Problemen die een situatie moeilijker maken. |
| Concept | Een voorlopige versie van een document of plan. |
| Contract | Een schriftelijke overeenkomst tussen partijen. |
| Contract | Schriftelijke afspraak tussen twee of meer partijen. |
| Controlelijst | Een lijst van punten die gecontroleerd moeten worden. |
| Coördineren | Verschillende activiteiten op elkaar afstemmen voor een efficiënt verloop. |
| Deelnemen | Meedoen of betrokken zijn bij iets. |
| Defect | Een probleem in een systeem dat de werking beïnvloedt. |
| Definitie | Duidelijke uitleg van wat een woord of begrip betekent. |
| Distributie | Het verdelen en leveren van iets, bijvoorbeeld gas naar verschillende klanten. |
| Distributie | Vervoeren en verspreiden van gas naar verschillende locaties. |
| Documentatie | Informatie die is vastgelegd op papier of digitaal. |
| Documenteren | Alles opschrijven of vastleggen, zodat je het later kunt teruglezen. |
| Documenteren | Opschrijven of vastleggen voor later gebruik. |
| Drukregelaar | Een apparaat dat de druk van gas regelt. |
| Eigendom | Dat iets van iemand is. |
| Eisen | Voorwaarden waaraan iets moet voldoen. |
| Evacuatieplan | Een plan voor het veilig verlaten van een gevaarlijke situatie. |
| Evaluatie | Het beoordelen van de resultaten van een project. |
| Evaluatiecriteria | Regels om de kwaliteit van iets te beoordelen. |
| Evalueren | Iets beoordelen om te bepalen hoe goed het is of wat er kan worden verbeterd. |
| Explosiegevaar | Situaties waar gas en lucht samen kunnen leiden tot een explosie. |
| Feedback | Informatie teruggeven om iets te verbeteren. |
| Feedback | Reacties of opmerkingen over het werk of gedrag van iemand. |
| Gascondensaat | Vloeistof die ontstaat als gas afkoelt. |
| Gasdruk | Druk waar gas mee door leidingen gaat. |
| Gasdrukregelaar | Een apparaat dat de druk in gasleidingen regelt. |
| Gasfles | Een container voor gas. |
| Gaskraan | Een klep die gas opent of sluit. |
| Gasleidingdruk | De druk van gas in leidingen. |
| Gaslek | Een ongewenste uitstroom van gas. |
| Gaslekkage | Wanneer gas uit de leidingen ontsnapt, wat gevaarlijk kan zijn. |
| Gaslekkage | Situatie waarbij gas ontsnapt uit leidingen. |
| Gasontvangstation | De plek waar gas binnenkomt voor verdere distributie. |
| Gasontvangstpunt | Waar gas ontvangen wordt voor verdere distributie. |
| Gasperceptie | Hoe medewerkers gevaar van gaslekken opmerken en er op reageren. |
| Gassen | Gevaarlijke gassen zoals aardgas. |
| Gastechnische ruimte | Een veilige ruimte voor gaswerkzaamheden. |
| Gastechnische werkzaamheden | Werkzaamheden met gasinstallaties. |
| Gasverbruik | Het gebruik van gas door een apparaat. |
| Gasvoorzieningsysteem | Systeem dat gas levert aan mensen of bedrijven. |
| Gasvoorzieningsystemen | Systemen die zorgen voor de levering van gas aan huizen of bedrijven, zoals leidingen en meters. |
| Gasvormig | De staat waarin gas zich voordoet. |
| Geavanceerde technologie | Complexe technologie die werkt met geavanceerde systemen. |
| Gegaste ruimte | Een gesloten ruimte waar gas kan ophopen. |
| Gekwalificeerd | Iemand met de juiste opleiding voor een taak. |
| Gelaarste | Een proces om gassen of dampen veilig af te voeren. |
| Geleidingsmateriaal | Materiaal dat elektriciteit of signalen doorgeeft. |
| Gemiddelde druk | De gemiddelde druk van gas in een systeem. |
| Gereedschappen | Tools die gebruikt worden om werk te doen. |
| Geschiktheidseisen | Criteria om te bepalen of iemand geschikt is voor een taak. |
| Gevaren | Risico's of situaties die gevaarlijk kunnen zijn. |
| Gevarenafstand | De afstand tussen gevaarlijke stoffen en mensen. |
| Gevarenbeheersing | Het veilig omgaan met gevaarlijke stoffen. |
| Gevarenbestrijding | Acties om gevaarlijke stoffen te vermijden. |
| Gevarendocument | Een document met informatie over gevaren en risico's. |
| Gevareninventarisatie | Het identificeren van gevaarlijke stoffen. |
| Gevarenobject | Iets wat gevaar voor de omgeving vormt. |
| Gevarenplan | Hoe om te gaan met gevaarlijke stoffen. |
| Gevarenprocedure | Stappen om veilig om te gaan met gevaarlijke stoffen. |
| Gevarenrisicoanalyse | Het beoordelen van risico's van gevaarlijke stoffen. |
| Gevarenzone | Een ruimte rondom gevaarlijke stoffen met risico's. |
| Graafwerkzaamheden | Werkzaamheden waarbij in de grond wordt gegraven, bijvoorbeeld om leidingen te leggen. |
| Graafwerkzaamheden | Werkzaamheden waarbij in de grond wordt gegraven. |
| Handhaving | Toezicht houden op het naleven van veiligheidsregels. |
| Handhavingsteam | Een groep mensen die controleert of regels worden nageleefd. |
| Hergebruik | Materialen opnieuw gebruiken om afval te verminderen. |
| Herstelplan | Een plan voor wat te doen na een ramp of probleem. |
| Herstelwerkzaamheden | Werkzaamheden om schade te repareren. |
| Hoge druk | Druk die hoger is dan normaal. |
| Hogedruknet | Een gasleiding met hoge druk. |
| Hogedruknet (HD) | Netwerk dat gas met hoge druk vervoert. |
| Hoofdkraan | Een kraan die het gas in een huis of gebouw aan en uit zet. |
| Implementatie | Het uitvoeren van een plan of procedure. |
| Implementatie | Het in de praktijk brengen van plannen of ideeën. |
| Incident | Een ongewenste gebeurtenis. |
| Incidentenrapportage | Een document met details over een incident. |
| Informatie | Gegevens of feiten die je kunt gebruiken om iets te begrijpen. |
| Infrastructuren | De basisstructuren die nodig zijn voor een systeem, zoals wegen of leidingen. |
| Infrastructuur | Basisvoorzieningen en systemen die nodig zijn voor een samenleving. |
| Injectie | Het inbrengen van stof in een systeem of lichaam. |
| Innovatie | Het creëren van nieuwe ideeën, producten of methoden. |
| Inspecteur | Iemand die toeziet op veiligheidsregels. |
| Inspectie | Een controle of beoordeling. |
| Inspectieprotocol | Richtlijnen voor het uitvoeren van inspecties. |
| Installatie | Een systeem of apparaat voor een bepaalde functie. |
| Installatie | Set van apparatuur die in een systeem worden geplaatst. |
| Installatieverantwoordelijke | Iemand die verantwoordelijk is voor een installatie. |
| Installatieverantwoordelijkheid | Verantwoordelijkheid voor installatie van het gasnet. |
| Installatieverantwoordelijkheid (IV) | Iemand verantwoordelijk is voor het goed functioneren van een installatie, zoals leidingen. |
| Instructeur | Iemand die medewerkers opleidt over veiligheid. |
| Instructie | Uitleg over hoe iets moet worden gedaan. |
| Instructies | Richtlijnen die aangeven hoe een bepaalde taak of activiteit moet worden uitgevoerd. |
| IV | Installatieverantwoordelijke. |
| Jeugdige medewerker | Een werknemer jonger dan 18 jaar onder toezicht. |
| Koolmonoxide | Gevaarlijk gas dat dodelijk kan zijn. |
| Kwaliteit | De mate waarin iets aan vereisten of verwachtingen voldoet. |
| Kwaliteitscontrole | Het controleren van kwaliteit. |
| Lage druk | Druk die lager is dan normaal. |
| Lagedruknet | Een gasleiding met lage druk. |
| Lagedruknet (LD) | Netwerk dat gas met lage druk vervoert. |
| Leken | Mensen zonder kennis die onder toezicht moeten werken. |
| Lesmateriaal | Documenten voor onderwijs. |
| Maatregelen | Acties om een probleem op te lossen. |
| Marche | Extra ruimte of speling bij een maat. |
| Marge | Een kleine ruimte of uitzondering, zoals een beetje extra. |
| Medewerker | Iemand die voor een organisatie werkt. |
| Medium | Materiaal of omgeving gebruikt voor communicatie of transport. |
| Melding | Het rapporteren van een probleem of situatie. |
| Meldingen afhandelen | Het registreren en oplossen van problemen. |
| Meldpunt | Een plek voor het doen van meldingen. |
| Monitoring | Het constant observeren van een systeem. |
| Netbeheerder | Een organisatie die de gasleidingen onderhoudt. |
| Netbeheerder | Organisatie die verantwoordelijk is voor het beheren van het gasnet. |
| Noodplan | Acties voor in een noodgeval. |
| Noodsituatie | Een gevaarlijke situatie die actie vereist. |
| Noodstop | Een functie om snel een machine te stoppen. |
| Normen | Regels voor veilige gasvoorziening. |
| Normstelling | Het vaststellen van standaarden. |
| OIV | Operationeel Installatieverantwoordelijke. |
| Onderbreking | Een tijdelijke stop van werk. |
| Onderhoud | Het zorgen dat apparatuur goed werkt. |
| Onderhoud | Zorgen dat iets goed blijft werken en het repareren als het kapot is. |
| Ondersteunen | Hulp bieden aan iemand of iets. |
| Ondersteunende documenten | Extra informatie ter ondersteuning. |
| Ondersteuning | Hulp geven aan medewerkers. |
| Onderzoek | Het systematisch verzamelen van informatie om meer over iets te leren. |
| Ongeval | Een onverwachte gevaarlijke gebeurtenis. |
| Ontstaansgeschiedenis | De geschiedenis van iets. |
| Ontsteking | Het moment waarop gas vlam vat. |
| Opdracht | Een taak of werk dat iemand moet doen. |
| Opdrachtgever | Een persoon die een opdracht geeft voor werk. |
| Operationele instructie | Richtlijnen voor specifieke taken. |
| Opleiding | Het leren van benodigde vaardigheden. |
| Overdragen | Iets van de ene persoon naar de andere persoon geven. |
| Overdragen | Geven of overlaten aan iemand anders. |
| Procedures | Geordende stappen of methoden om een taak of proces uit te voeren. |
| Proces | Een reeks stappen of handelingen die moeten worden uitgevoerd om een doel te bereiken. |
| Regelgeving | De regels en wetten die gevolgd moeten worden. |
| Regelgeving | Set regels of wetten die gevolgd moeten worden. |
| Reservetijd | Extra tijd die wordt ingeschat voor onverwachte situaties. |
| Risico | De kans dat er iets vervelends of gevaarlijks kan gebeuren. |
| Risico | Mogelijkheid dat iets niet goed gaat of gevaarlijk kan zijn. |
| Strategie | Een plan waarmee je een bepaald doel wilt bereiken. |
| Supplementen | Aanvullende producten of stoffen ter versterking van voeding of gezondheid. |
| Toepassingsgebied | Het gebied of de situaties waarin een regel of wet van toepassing is. |
| Toepassingsgebied | Gebied waar iets van toepassing is of geldt. |
| Transparantie | Openheid en duidelijkheid in communicatie of processen. |
| Transport | Het verplaatsen van iets van de ene plaats naar de andere. Hier gaat het om het verplaatsen van gas. |
| Uitzondering | Iets dat anders is dan de regels of de gewone situatie. |
| Van derden | Betrekking hebbend op een externe bron of partij. |
| Veiligheidsniveau | Geeft aan hoe veilig iets is, bijvoorbeeld of het veilig is om met gas te werken. |
| Veiligheidsniveau | Hoe veilig iets is volgens de regels. |
| Verandermanagement | Het proces van het begeleiden van veranderingen binnen een organisatie. |
| Verantwoording | Uitleg geven over je acties of besluiten. |
| Vervallen | Iets dat niet meer geldig of aanwezig is. |
| Vervallen | Niet meer geldig of niet langer van toepassing. |
| Wereldwijd | Dat iets in de hele wereld geldt of gebeurt. |
| Werkzaamheden | Taken of dingen die gedaan moeten worden. |